Weest allen eenstemmig

"Doch ik vermaan u, broeders, bij de naam van onze Here Jezus Christus: weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn; weest vast aaneengesloten, één van zin en één van gevoelen" (1 Korintiërs 1:10).

"Weest onderling eensgezind" (Romeinen 12:16).

Velen houden een dergelijke graad van eenstemmigheid voor onmogelijk. Toch worden christenen bevolen "vast aaneengesloten te zijn," eendrachtig in het denken, spreken en handelen. Dit is mogelijk, maar alleen met Gods hulp.

Wij kunnen eenstemmig zijn door Christus te volgen.

Allen die Christus volgen, zijn in Hem verenigd.

Het volgen van iemand anders brengt verdeeldheid. Dat was het probleem te Korinte. Paulus vervolgt: "Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de [huisgenoten] van Chloë, dat er twisten onder u zijn. Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus! En ik van Apollos! En ik van Kefas! En ik van Christus! Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt?" (1 Korintiërs 1:11 t/m 13).

Verdeeldheid wordt veroorzaakt door het volgen van één of ander kerkstichter of kerkleider i.p.v. Christus.

Christus volgen, betekent Hem gehoorzamen.

Om eenstemmig te zijn, moeten wij in overeenstemming met Gods woord spreken: "Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God" (1 Petrus 4:11).

Om vast aaneengesloten, één van zin en één van gevoelen te zijn, moeten onze gedachten, woorden en daden door Gods woord geleid zijn. Hoe kunnen wij verdeeld zijn indien wij Christus gehoorzamen? Paulus vermaande Timoteüs: "Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wèl bewust van wie gij het hebt geleerd, en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust" (2 Timoteüs 3:14 t/m 17).

Wij mogen niet gaan boven hetgeen geschreven staat (1 Korintiërs 4:6). "Een ieder, die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, heeft God niet; wie in die leer blijft, deze heeft zowel de Vader als de Zoon" (2 Johannes 9).

Verdeeldheid wordt veroorzaakt door mensen die verdichtsels volgen i.p.v. Gods woord. Paulus schreef aan Timoteüs: "Ik betuig u nadrukkelijk voor God en Christus Jezus, die levenden en doden zal oordelen, met beroep zowel op zijn verschijning als op zijn koningschap: verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting. Want er komt een tijd, dat [de] [mensen] de gezonde leer niet [meer] zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich [tal] [van] leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren" (2 Timoteüs 4:1 t/m 4).

"Verkondig het woord." Allen die Gods woord verkondigen, zijn eenstemmig, "zich houdende aan het betrouwbare woord" (Titus 1:9), "de waarheid in liefde sprekende" (Efeziërs 4:15).

Verdeeldheid komt door een tekort aan liefde tot de waarheid. Mensen zijn gehecht aan valse leerstellingen, hun eigen ideeën, de laatste mode, de wijsheid van deze wereld en de tradities van mensen. Jezus zei aan de eigengerechtige, vrome mensen van zijn tijd: "Terecht heeft Jesaja van u, huichelaars, geprofeteerd, zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. Gij verwaarloost het gebod Gods en houdt u aan de overlevering der mensen. En Hij zeide tot hen: Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten werking om uw overlevering in stand te houden" (Marcus 7:6 t/m 9).

Eenheid bestaat per definitie in het lichaam van Christus, Zijn gemeente.

"God heeft evenwel het lichaam zo samengesteld, dat Hij meer eer gaf aan hetgeen misdeeld was, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden gelijkelijk voor elkander zouden zorgen" (1 Korintiërs 12:24,25).

Verdeeldheid komt niet van God. "Want God is geen God van wanorde, maar van vrede" (1 Korintiërs 14:33). Hij heeft ons al het nodige gegeven, om één in Christus te zijn.

Paulus legt dit uit in zijn brief aan de Efeziërs: "Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt, met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen, en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes: één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen. Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt. Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen. Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten? Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen. En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde" (Efeziërs 4:1 t/m 16).

Waarom is er dan zo veel verdeeldheid?

Dit is de schuld van hen die Christus niet volgen, die niet naar Gods woord spreken, die zich van de waarheid afkeren en naar verdichtsels luisteren, die verder gaan dan wat geschreven staat, die niet in de leer van Christus blijven.

Verdeeldheid is onvermijdelijk tussen wie Christus wèl volgt en wie Christus niet volgt. "Gaan er twee tezamen, zonder dat zij het eens geworden zijn?" (Amos 3:3).

Paulus legt dit uit aan de Korintiërs die hij aangespoord heeft eenstemmig te zijn: "Want vooreerst is er, naar ik hoor, wanneer gij als gemeente samenkomt, verdeeldheid onder u, en ten dele geloof ik dit. Want scheuringen moeten er wel onder u zijn, zal het blijken, wie onder u de toets kunnen doorstaan" (1 Korintiërs 11:18,19).

Indien wij Gods toets kunnen doorstaan, ervaren wij eenheid in het lichaam van Christus: indien wij Christus volgen, naar Gods woord spreken, de waarheid liefhebben en ons van de verdichtsels afkeren, indien wij in de leer van Christus blijven en niet verder gaan dan wat geschreven staat.

Indien wij naar het Hoofd niet luisteren, zijn wij niet in het lichaam. Wanneer Christus onze gedachten, woorden en daden beheert, zullen wij denken, spreken en handelen als één, als één lichaam. Dan hebben wij één Geest, één geloof, één doop en één Heer.

Mijn gebed aan God is "dat gij vaststaat in één geest, één van ziel medestrijdende voor het geloof aan het evangelie" (Filippenzen 1:27).

"De God nu der volharding en der vertroosting geve u eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar (het voorbeeld van) Christus Jezus, opdat gij eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus moogt verheerlijken" (Romeinen 15:5,6).

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit
de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951
(tenzij anders aangeduid).

Published in The Old Paths Archive
(http://www.oldpaths.com)