Wenst u een goed leven te hebben?

"Wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, weerhoude zijn tong van het kwade, en zijn lippen van bedrog te spreken; hij wijke af van het kwade en doe het goede, hij zoeke de vrede en jage die na" (1 Petrus 3:10,11). Deze is een aanhaling uit Psalm 34: "Wie is de man die het leven begeert, vele dagen wenst om het goede te genieten? Bewaar uw tong voor het kwade en uw lippen voor het spreken van bedrog; Wijk van het kwade en doe het goede, zoek de vrede en jaag die na" (de verzen 13 t/m 15).

De meeste mensen willen wel een goed leven hebben. Maar velen begrijpen niet dat een goed leven het resultaat is van wat wij doen en niet van wat wij bezitten of wat met ons gebeurt. Hier worden wij drie dingen verteld die wij moeten doen indien wij een goed leven willen hebben.

Bewaar uw tong voor het kwade en uw lippen voor het spreken van bedrog.

Hoe kunnen wij een goed leven hebben indien wij kwaad spreken? Er zijn verschillende manieren om kwaad te spreken. Wij moeten ze allemaal vermijden om het leven lief te hebben en goede dagen te zien.

"Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw, waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, genade ontvangen" (Efeziërs 4:29).

"Spreekt geen kwaad van elkander, broeders" (Jakobus 4:11). Wij mogen "geen lastertaal uiten" (Titus 3:2).

Dus roddelaars mogen wij niet zijn. Een roddelaar is iemand die er een gewoonte van maakt, intieme of private geruchten of feiten rond te vertellen, iemand die graag negatieve dingen over anderen vertelt. Paulus zei over bepaalde vrouwen: "Maar tegelijk wennen zij zich eraan de huizen rond te gaan bij gebrek aan bezigheid, en niet alleen zonder bezigheid, maar ook bezig met praatjes en al te bezig met het spreken over onbehoorlijke dingen" (1 Timoteüs 5:13).

"Gij zult onder uw volksgenoten niet als een lasteraar rondgaan" (Leviticus 19:16). Een lasteraar is iemand die kwaadwillige verhalen of geruchten verspreidt. "Wie met laster omgaat, verraadt geheimen; maar wie betrouwbaar van geest is, houdt een zaak verborgen" (Spreuken 11:13). "Als er geen hout is, dooft het vuur; waar geen lasteraar is, komt de twist tot rust" (Spreuken 26:20).

"Spreekt niet met trotse hals" (Psalm 75:6).

"Maar thans moet ook gij dit alles wegdoen: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond. Liegt niet meer tegen elkander" (Kolossenzen 3:8,9).

Om het leven lief te hebben en goede dagen te zien, moeten wij opletten wat wij zeggen. "Ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken" (Jakobus 1:19). "Wees niet overijld met uw mond, en uw hart haaste zich niet om een woord voor Gods aangezicht uit te spreken; want God is in de hemel en gij zijt op de aarde, laten daarom uw woorden weinige zijn. Want gelijk de droom komt door veel bezigheid, zo dwaas gepraat door veel woorden" (Prediker 5:1,2).

"Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos" (Kolossenzen 4:6).

"Wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, weerhoude zijn tong van het kwade, en zijn lippen van bedrog te spreken" (1 Petrus 3:10).

Wijk van het kwade en doe het goede.

Hoe kunnen wij een goed leven hebben indien wij het kwade doen? Wij worden allemaal met het kwade geconfronteerd, in de wereld en in ons eigen hart. Job "was vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad" (Job 1:1). Te 'wijken van' betekent dat men zich opzettelijk van iets terugtrekt, dat men iets uit de weg gaat en vermijdt.

"Kom niet op het pad der goddelozen, betreed de weg der bozen niet. Mijd die, ga er niet over; wijk ervan af en ga voorbij" (Spreuken 4:14,15).

Om een goed leven te hebben, is het echter niet voldoende het kwade te vermijden, wij moeten ook het goede doen! "Vertrouw op de HERE en doe het goede" (Psalm 37:3). "Houdt op kwaad te doen; leert goed te doen" (Jesaja 1:16,17).

"Doet wel degenen, die u haten" (Lucas 6:27). "Laten wij dus, daar wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor allen, maar inzonderheid voor onze geloofsgenoten" (Galaten 6:10). "En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want in zulke offers heeft God een welgevallen" (Hebreeën 13:16).

"Wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, ... hij wijke af van het kwade en doe het goede" (1 Petrus 3:10,11).

Zoek de vrede en jaag die na.

Deze dingen staan met elkaar in verband. Alleen als wij geen kwaad spreken, het kwade vermijden en het goede doen, kunnen wij vrede vinden. "De goddelozen, zegt de HERE, hebben geen vrede" (Jesaja 48:22).

Om vrede te vinden, hebben wij hulp van Christus nodig, want Hij is de "Vredevorst" (Jesaja 9:5). Hij is gekomen "om onze voeten te richten op de weg des vredes" (Lucas 1:79).

Onze zonden verstoren de vrede met God. Alleen door het offer van Christus kunnen wij vrede vinden: "Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden" (Jesaja 53:5). "Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus" (Romeinen 5:1).

'Jeruzalem' betekent 'Stad van de Vrede'. Hoe veel vrede vindt men in Jeruzalem op aarde? De Joden beoefenen, "Oog om oog en tand om tand". De Moslims volgen de koran die zegt, "Oog om oog en neus om neus". En tussen hen is er geen vrede, alleen strijd en wederkerig vergelding.

Vrede komt alleen van de leer van de Vredevorst: "Hebt uw vijanden lief". De vrede vindt men uitsluitend in hemels Jeruzalem: "Opent de poorten, opdat een rechtvaardig volk binnenga, dat zijn trouw bewaart. Standvastige zin bewaart Gij in volkomen vrede, omdat men op U vertrouwt" (Jesaja 26:2,3). "Want bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de HERE" (Jesaja 54:10 -- Jesaja 54:1 t/m 13 vergelijken met Galaten 4:21 t/m 27).

Christus is gekomen om Gods vredesverbond te brengen: "Mijn knecht David zal hun voor eeuwig tot vorst zijn. Ik zal met hen een verbond des vredes sluiten, een eeuwig verbond met hen zal het zijn; Ik zal hun een plaats geven, hen vermeerderen en mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen stellen" (Ezekiël 37:25,26).

Voor Hij terug naar Zijn Vader ging, zei Jezus aan Zijn volgelingen: "Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u" (Johannes 14:27). "Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt" (Johannes 16:33).

"Want het Koninkrijk Gods bestaat ... in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de Heilige Geest" (Romeinen 14:17). "Zo laten wij dan najagen hetgeen de vrede en de onderlinge opbouwing bevordert" (Romeinen 14:19). "En de vrede van Christus, tot welke gij immers in één lichaam geroepen zijt, regere in uw harten" (Kolossenzen 3:15). "Weest eensgezind, houdt vrede, en de God der liefde en des vredes zal met u zijn" (2 Korintiërs 13:11). "Houdt vrede onder elkander" (1 Tessalonicenzen 5:13). "Jaagt naar vrede met allen" (Hebreeën 12:14). "Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus" (Filippenzen 4:6,7). "En Hij, de Here des vredes, geve u de vrede, voortdurend, in elk opzicht" (2 Tessalonicenzen 3:16).

Wenst u een goed leven te hebben?

"Wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, weerhoude zijn tong van het kwade, en zijn lippen van bedrog te spreken; hij wijke af van het kwade en doe het goede, hij zoeke de vrede en jage die na" (1 Petrus 3:10,11).

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).

Published in The Old Paths Archive
(http://www.oldpaths.com)