In het gezin en in de gemeente heeft God mannen als leiders aangesteld

Nadat Adam en Eva hadden gezondigd, werd de man door God als leider aangesteld: "Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen" (Genesis 3:16).

De man is het hoofd van de vrouw.

"Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles" (Efeziërs 5:22 t/m 24).

"Vrouwen, weest uw man onderdanig, gelijk het betaamt in de Here" (Kolossenzen 3:18).

"Evenzo gij, vrouwen, weest uw mannen onderdanig, opdat, ook indien sommigen aan het woord niet gehoorzaam zijn, zij door de wandel hunner vrouwen zonder woorden gewonnen worden, doordat zij uw reine en godvrezende wandel opmerken" (1 Petrus 3:1,2).

Zowel man als vrouw geven leiding aan de kinderen.

"Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dit is welbehagelijk in de Here" (Kolossenzen 3:20). "Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam in de Here, want dat is recht. Eer uw vader en uw moeder -- dit is immers het eerste gebod, met een belofte -- opdat het u welga en gij lang leeft op aarde" (Efeziërs 6:1 t/m 3).

"En gij, Vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt hen op in de tucht en in de terechtwijzing des Heren" (Efeziërs 6:4). Vaderen hebben de verantwoordelijkheid hun kinderen in de tucht en in de terechtwijzing van de Heer op te voeden. Dit vereist veel wijsheid en voortdurend aandacht vanaf de geboorte totdat het kind volwassen is.

Kinderen grootbrengen in de tucht en in de terechtwijzing van de Heer betekent dat hun opvoeding in overeenstemming met Gods woord moet zijn. Het impliceert ook dat kinderen de Schrift worden aangeleerd, niet alleen in woord maar ook, wat nog belangrijker is, door voorbeeld.

Timoteüs kende de Schrift van kindsbeen af (2 Timoteüs 3:15). Het oprecht geloof dat eerst in zijn grootmoeder Loïs en in zijn moeder Eunike had gewoond, was ook in hem (2 Timoteüs 1:5).

Mannen zijn door God aangesteld als leiders in de gemeente.

Jezus, het Hoofd van de gemeente, is een man (1 Timoteüs 2:5). De twaalf apostelen zijn mannen. Oudsten en dienaren zijn mannen -- aangezien zij "de man van één vrouw" moeten zijn (1 Timoteüs 3:2,12).

Leidinggeven in de gemeente is een ernstige verantwoordelijkheid. Paulus zei aan de oudsten te Efeze: "Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft" (Handelingen 20:28). Een oudste moet zich houden "aan het betrouwbare woord naar de leer, zodat hij ook in staat is te vermanen op grond van de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggen" (Titus 1:9). Petrus schreef: "De oudsten onder u vermaan ik dan als medeoudste en getuige van het lijden van Christus, die ook een deelgenoot ben van de heerlijkheid, welke zal geopenbaard worden: hoedt de kudde Gods, die bij u is, niet gedwongen, maar uit vrije beweging, naar de wil van God, niet uit schandelijke winzucht, maar uit bereidwilligheid, niet als heerschappij voerend over hetgeen u ten deel gevallen is, maar als voorbeelden der kudde. En wanneer de opperherder verschijnt, zult gij de onverwelkelijke krans der heerlijkheid verwerven. Evenzo gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten. Omgordt u allen jegens elkander met nederigheid, want God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade" (1 Petrus 5:1 t/m 5).

Oudere vrouwen geven onderricht aan jongere vrouwen.

"Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende, zodat zij de jonge vrouwen opwekken man en kinderen lief te hebben, bezadigd, kuis, huishoudelijk, goed en aan haar man onderdanig te zijn, opdat het woord Gods niet gelasterd worde" (Titus 2:3 t/m 5).

Enige beperkingen worden aan vrouwen opgelegd.

Dit is als onderbouw van Gods aanstelling van mannen als leiders in de gemeente.

"Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten, maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden. Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva. En Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen" (1 Timoteüs 2:11 t/m 14). "Zoals in alle gemeenten der heiligen moeten de vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is haar niet vergund te spreken, maar zij moeten ondergeschikt blijven, zoals ook de wet zegt. En als zij iets willen te weten komen, moeten zij thuis haar mannen om opheldering vragen; want het staat lelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente" (1 Korintiërs 14:34,35).

Wij bemerken drie specifieke beperkingen die afzonderlijk worden besproken: in de samenkomst moeten vrouwen zwijgen, zij mogen aan mannen geen onderricht geven, en zij mogen geen gezag over mannen voeren.

In de samenkomsten moeten de vrouwen zwijgen.

"De vrouwen moeten in de gemeenten zwijgen; want het is haar niet vergund te spreken, maar zij moeten ondergeschikt blijven, zoals ook de wet zegt. En als zij iets willen te weten komen, moeten zij thuis haar mannen om opheldering vragen; want het staat lelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente" (1 Korintiërs 14:34,35). "Een vrouw moet onderricht ontvangen, zwijgend en in alle nederigheid" (1 Timoteüs 2:11 -- Petrus Canisius Vertaling die nauwkeurig de grondtekst weergeeft).

Aangezien mannen de leiding hebben, mogen vrouwen geen onderricht of leiding geven waar mannen aanwezig zijn. Om de leidersrol van de mannen te staven, en om alle misverstand te vermijden, worden de vrouwen uitdrukkelijk bevolen in de samenkomst te zwijgen.

Dit geldt niet voor het zingen samen, want dan oefenen de vrouwen geen leiding of gezag uit, maar volgen de broeder die de samenkomst leidt. Het zou echter wel verkeerd zijn voor een vrouw solo te zingen of aan de leiding van het gezang deel te hebben.

Vrouwen mogen geen onderricht aan mannen geven (1 Timoteüs 2:12).

Dit verbod staaft alweer de leidersrol die God aan mannen heeft toegewezen. Ook buiten de samenkomst, mag een vrouw niet als een leraar van mannen optreden. Op een informele en onderdanige wijze zijn vrouwen vrij om aan een gemengde bijbelstudie -- die niet als samenkomst wordt beschouwd -- deel te nemen, maar de studie moet door een man geleid worden. Deze beperking wordt niet overtreden wanneer een vrouw onderricht aan vrouwen of kleine kinderen geeft.

Dit betekent geenszins dat een man nooit iets van een vrouw mag leren! Apollos is daar een voorbeeld van. "En een zekere Jood, genaamd Apollos, geboortig uit Alexandrië, een geleerd man, doorkneed in de Schriften, kwam te Efeze. Deze was ingelicht omtrent de weg des Heren en, vurig van geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had, ofschoon hij alleen wist van de doop van Johannes. En deze begon vrijmoedig op te treden in de synagoge. En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg Gods nauwkeuriger uit" (Handelingen 18:24 t/m 26).

Merk op dat zij hem 'tot zich' namen en dat zij Gods weg nauwkeuriger 'uitlegden'. Deze uitdrukkingen beschrijven een informele gelegenheid.

Deze tekst wordt soms verkeerd toegepast om een vrouw, of een man en vrouw samen, aan te stellen om een gemengde bijbelklas te leiden. Bij het geval van Apollos was er echter geen leraar-leerling verhouding.

Wel toont het voorbeeld van Aquila en Priscilla aan, dat een christelijke echtpaar een prediker bij zich mogen uitnodigen en hem de weg des Heren nauwkeuriger uitleggen! Vele predikers hebben aan dergelijke hulp voordeel gehad!

Vrouwen mogen geen gezag over mannen voeren.

"Ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden" (1 Timoteüs 2:12).

Alweer is deze beperking gewoon een gevolg van Gods aanstelling van mannen om de gemeente te leiden. Leiderschap is niet tot de samenkomst beperkt. Net zoals een vrouw aan mannen geen onderricht mag geven, mag zij ook geen gezag over mannen voeren. Daarom gaan de mannen voor in gebed in een gemengde bijbelstudie, hoewel vrouwen in het gesprek deelnemen.

Sommigen proberen het te rechtvaardigen wanneer vrouwen aan 'kettinggebeden' in een gemengde groep meedoen, door te beweren dat iedereen gewoon zijn eigen persoonlijk gebed opzegt en geen leiding aan anderen geeft. Volgens Jezus moeten echter persoonlijke gebeden in het privaat gezegd worden: "Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden" (Matteüs 6:6). Volgens Paulus dienen groepsgebeden verstaanbaar te zijn opdat allen daarop 'amen' kunnen zeggen (1 Korintiërs 14:15,16). De gedachten van de groep worden geleid door degene die het gebed opzegt. Dus, ook buiten de samenkomst moeten de gebeden van een gemende groep door mannen geleid worden.

Alle teksten die beperkingen aan vrouwen opleggen zijn in een huiselijk of godsdienstig verband. Paulus schrijft deze dingen om ons te laten weten "hoe men zich behoort te gedragen in het huis Gods, dat is de gemeente van de levende God"" (1 Timoteüs 3:14, 15). Dus voert men deze beperkingen buiten het verband indien men beweert dat vrouwen ook in het zakelijke of politieke leven geen leiding mogen geven.

In het andere uiterste, beperken sommigen de toepassing van 1 Timoteüs 2:12, "Ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft", tot de somenkomst. Het huis Gods is echter geen gebouw of vergaderplaats, maar Gods gezin, Gods volk. De meeste activiteiten van de gemeente gebeuren van dag tot dag als het levend lichaam van Christus. Buiten de samenkomst wordt er gepredikt en onderricht wordt gegeven. Buiten de samenkomst gaat men voor in gebed. Buiten de samenkomst wordt godsdienstig gezag uitgeoefend. Dus zijn de beperkingen dat vrouwen geen onderricht aan mannen mogen geven en geen gezag over mannen mogen uitoefenen van toepassing op het werk van de gemeente en godsdienstige activiteiten in het algemeen en niet slechts op de samenkomst.

Wanneer een gemeente oudsten heeft, worden de beslissingen uiteraard door de oudsten gemaakt, die mannen zijn. Waar een gemeente geen oudsten heeft, aangezien vrouwen geen gezag over mannen mogen uitoefenen, moeten beslissingen door de mannen van de gemeente gemaakt worden.

De leiderschap van mannen wordt met de leiderschap van Christus vergeleken.

Dit geldt zowel in het gezin als in de gemeente.

"Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here " (Efeziërs 5:22).

Aan de gemeente te Korinte, waar sommige vrouwen weerspannig waren, schreef Paulus: "Ik wil echter, dat gij dit weet: het hoofd van iedere man is Christus, het hoofd van de vrouw is de man, en het hoofd van Christus is God" (1 Korintiërs 11:3).

De leiderschap van de man betekent niet dat hij een tiran mag zijn. Hij zelf is onder het gezag van Christus. Zijn leiderschap moet in overeenstemming met Gods woord zijn. Hij heeft geen recht Gods woord tegen te spreken. In een dergelijk geval is de verklaring van Petrus aan de Joodse leiders van toepassing: "Men moet Gode meer gehoorzamen dan de mensen" (Handelingen 5:29).

Wat van vrouwen die profeteerden?

Filippus had vier ongehuwde dochters die profeteerden (Handelingen 21:9). Paulus spreekt over vrouwen die profeteerden (1 Korintiërs 11:4 t/m 10).

Sommigen misbruiken deze voorbeelden om het bevel te ontzenuwen dat vrouwen in de samenkomst moeten zwijgen. Er wordt echter nooit gezegd dat vrouwen in de samenkomsten profeteerden. Wie dit beweren, passen de Schriften niet bij elkaar, maar rukken de Schriften uit elkaar! Meerdere teksten voegt men samen op basis van wat er wel staat. Zij mogen niet met elkaar in conflict gebracht worden door iets toe te voegen dat er niet staat. Aangezien vrouwen in de vergadering niet mogen spreken, en aangezien vrouwen aan mannen geen onderricht mogen geven, was hun profeteren beperkt tot het onderrichten van vrouwen buiten de samenkomst.

Laten wij Gods benoemingen eerbiedigen.

God heeft de man aangesteld als hoofd van de vrouw, en mannen als leiders in de gemeente. Dit heeft tot gevolg dat vrouwen geen onderricht aan mannen mogen geven, geen gezag over mannen mogen uitoefenen, en in de samenkomsten niet mogen spreken. Beslissingen voor de gemeente worden òf door de oudsten gemaakt òf, indien zij ontbreken, door de mannen van de gemeente. In het gezin en in de gemeente heeft God mannen als leiders aangesteld.

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).


Published in The Old Paths Archive
(http://www.oldpaths.com)