Wat hebben wij nodig?

Basisbehoeften van de mens zijn lucht, water, voedsel, kleding en onderdak.

De Schrift leert dat men voor zijn eigen onderhoud en voor de noden van zijn gezin moet zorgen: "Wil iemand niet werken, dan zal hij ook niet eten" (2 Tessalonicenzen 3:10).

Toch zijn er altijd mensen die wegens ouderdom, ziekte of andere omstandigheden, behoeftig zijn. Gelovigen helpen elkaar: "En laten ook de onzen leren voor te gaan in goede werken, ter voorziening in hetgeen noodzakelijk is, opdat zij niet onvruchtbaar zijn" (Titus 3:14). "Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich liever in om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige" (Efeziërs 4:28).

Wij helpen elkaar uit liefde: "Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld, in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Here. Weest blijde in de hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid" (Romeinen 12:10 t/m 13).

Holle woorden zijn nog geen liefde: "Stel, dat een broeder of zuster gebrek heeft aan kleding en aan dagelijks voedsel, en iemand uwer zegt tot hen: Gaat heen in vrede, houdt u warm en eet goed, zonder hen echter van het nodige voor het lichaam te voorzien, wat baat dit?" (Jakobus 2:15,16). "Wie nu in de wereld een bestaan heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn binnenste voor hem toesluit, hoe blijft de liefde Gods in hem?" (1 Johannes 3:17).

De gemeente te Jeruzalem heeft hierin de toon gezet: "En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden" (Handelingen 2:44,45). "Want er was ook niet één behoeftig onder hen; want allen, die eigenaars waren van stukken grond of van huizen, verkochten die en brachten de opbrengst van de verkoop en legden die aan de voeten der apostelen; en aan een ieder werd uitgedeeld naar behoefte" (Handelingen 4:34,35).

De gemeenten van Achaje brachten eer aan God door mensen in andere landen te helpen: "Want het dienstbetoon met deze ondersteuning draagt niet alleen bij tot de behoeften der heiligen, maar het is ook overvloedig door vele dankzeggingen aan God. Want door dit duidelijk blijk van hulpbetoon prijzen zij God om uw gehoorzaam belijden van het evangelie van Christus en om uw onbekrompen delen met hen en met allen" (2 Korinthiërs 9:12,13). Let op dat deze mededeelzaamheid wordt beschreven als het evangelie gehoorzamen.

Bij dit alles mogen wij op Gods hulp rekenen. Hij weet wel wat wij nodig hebben: "En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt" (Matteüs 6:7,8).

Wanneer wij anderen helpen, zal God ook voor ons zorgen. Nadat Paulus de Filippenzen voor hun ondersteuning gedankt had, vervolgde hij: "Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus" (Filippenzen 4:19).

Het vervullen van onze basisbehoeften mag niet het hoogste doel van ons leven zijn: "Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden" (Matteüs 6:31 t/m 33).

De geestelijke noden worden door velen over het hoofd gezien, vooral indien zij welgesteld zijn. Aan de rijke, lauwe gemeente te Laodicea zei Jezus: "Gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte" (Openbaring 3:17).

De geestelijke noden zijn belangrijker dan de lichamelijke. Dit moest Marta leren: "Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Marta geheten, ontving Hem in haar huis. En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten, naar zijn woord luisterde. Marta echter werd in beslag genomen door het vele bedienen. En zij ging bij Hem staan en zeide: Here, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen. Maar de Here antwoordde en zeide tot haar: Marta, Marta, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts één; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen" (Lucas 10:38 t/m 42).

Leden van het lichaam van Christus hebben elkaar nodig: "En het oog kan niet zeggen tot de hand: ik heb u niet nodig, of ook het hoofd tot de voeten: ik heb u niet nodig. Ja, veeleer zijn die leden van het lichaam, welke het zwakst schijnen, noodzakelijk" (1 Korintiërs 12:21,22).

Jezus heeft tot opbouw herders, evangelisten en leraars aan Zijn gemeente gegeven (Efeziërs 4:1 t/m 18). Vooral pasbekeerden hebben veel hulp van anderen nodig. De Hebreeën waren geestelijk onvolwassen gebleven. "Want hoewel gij, naar de tijd gerekend, leraars behoordet te zijn, hebt gij weer nodig, dat men u de eerste beginselen van de uitspraken Gods leert, en gij hebt nog melk nodig [en] geen vaste spijs" (Hebreeën 5:12).

Boven alles, hebben wij Jezus nodig, die het brood des levens is. "Ik ben het brood des levens. Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld" (Johannes 6:48 t/m 51).

Vergeving van zonden hebben wij nodig, wat alleen door Christus mogelijk is. "En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden" (Handelingen 4:12). Vergeving kunnen wij ontvangen indien wij in Jezus geloven, ons bekeren en ons laten dopen: "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen" (Handelingen 2:38).

Velen menen dat ze de doop niet nodig hebben. Ze zijn uitermate hoogmoedig, want zowel Johannes de Doper als Jezus Zelf dachten er anders over. "Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen. Maar deze trachtte Hem daarvan terug te houden en zeide: Ik heb nodig door U gedoopt te worden en komt Gij tot mij? Jezus echter antwoordde en zeide tot hem: Laat Mij thans geworden, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij Hem geworden" (Matteüs 3:13 t/m 15).

Uit de doop staan wij op in nieuwheid des levens (Romeinen 6:3,4). Dan moeten wij Jezus blijven volgen: "Want gij hebt volharding nodig, om, de wil van God doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is" (Hebreeën 10:36).

Vertrouwend op God, laten wij arbeiden om in onze basisbehoeften te voorzien en anderen te helpen. Boven alles, laten wij voor onze geestelijke noden zorgen door Gods koninkrijk te zoeken. Jezus is de enige bron van geestelijk onderhoud.

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).

Published in The Old Paths Archive
(http://www.oldpaths.com)