Oorlogen en geruchten van oorlogen
De mens vergeet graag hoe slecht hij is. De oorlog is een sombere herinnering. "Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten, verwoesting en ellende zijn op hun wegen, en de weg des vredes kennen zij niet" (Romeinen 3:15 t/m 17).
In de tijd van Paulus was het snelste middel tot bloedvergieting een Romeinse strijdwagen of een slaven-geroeide oorlogsschip. Intussen heeft de mens het ver geschopt.
Nu zit hij in zijn geriefelijke controllekamer en stuurt een rakket naar de andere kant van de aarde. Vanuit een vliegtuig werpt hij bommen af en ziet de rook van de vernietiging hoog opdwarrelen. Hij hoort alleen het gezoem van de straalmotoren. Hij is te ver weg om het gekreun en gehuil te horen van mensen die in het puin achterblijven. Vanuit een zwevende helikopter regent hij dodelijke kogels op zijn medemensen. Een piloot in Vietnam had op zijn helikopter geschilderd: "Doden is ons vak. Zaken zijn goed."
Ja, sedert de dagen van Paulus heeft de mens het ver geschopt. "Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten, verwoesting en ellende zijn op hun wegen, en de weg des vredes kennen zij niet."
In de tijden van het Oude Testament was zelfs Gods volk bij de oorlog betrokken. Zij verlangden daar vrede, net zoals wij. Door Jesaja heeft God een belofte gegeven. Hij sprak over een tijd wanneer het woord des Heren van Jerusalem zou uitgaan en Gods volk de oorlog niet meer zou leren (Jesaja 2:3,4).
God heeft Zijn Zoon gezonden om ons de wegen van de vrede te doen kennen. Tweeduizend jaar zijn voorbijgegaan. Lippendienst wordt door miljoenen aan zijn woorden bewezen maar weinigen zijn er die echt doen wat Hij zegt.
Wat zegt Jezus over de oorlog? "Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk" (Matteüs 24:6,7).
"Oorlogen en geruchten van oorlogen," daar heb je de menselijke geschiedenis in een notedop. Als de mensen geen oorlog voeren, leggen ze alles voor een oorlog klaar.
En verontrusting is de natuurlijke reactie op oorlog. Als wij aan de vernietiging van recente oorlogen terugdenken, als wij de mogelijkheid -- zo niet de waarschijnlijkheid -- overwegen dat kernwapens weer gebruikt zullen worden, slaat ons hart over en loopt ons bloed koud.
Toch zegt Jezus: "Weest niet verontrust", "Weest niet bevreesd". Hoe is dit mogelijk? Hoe kunnen wij kalm blijven?
Het antwoord is gevonden in de fundamentele houdingen die Jezus ons leert aannemen tegenover God, tegenover deze wereld, en tegenover onze medemens.
Oorlog verontrust een christen niet doordat hij op Gods voorzienigheid vetrouwt.
Met de Psalmist kunnen wij zeggen: "God is ons een toevlucht en sterkte, ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden. Daarom zullen wij niet vrezen, al verplaatste zich de aarde, al wankelden de bergen in het hart van de zee" (Psalm 46:2,3).
"Wees niet bevreesd." Meer dan 25 keer komen deze woorden in het Nieuwe Testament voor.
Zelfs in moeilijke dagen weet de christen, "dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben" (Romeinen 8:28). "Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard?" (Romeinen 8:35). "Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?" (Hebreeën 13:6).
De woorden van Jezus zijn in ons hart geschreven: "Wees niet bevreesd, geloof alleen" (Lucas 8:50).
Onze Heer is Heerser van de koningen van de aarde. Wat wordt ons door de Koning van de koningen en de Heer van de heren verteld? "Wanneer gij hoort van oorlogen en geruchten van oorlogen, weest dan niet verontrust" (Marcus 13:7).
Oorlog verontrust een christen niet doordat hij niet op wereldse dingen zint.
"Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God" (Kolossenzen 3:1 t/m 3).
Een christen is niet aan bezittingen verknocht. Vele mensen verliezen hun leven in oorlogstijden omdat zij hun goederen proberen te redden.
In verband met de vernietiging van Jerusalem vertelde Jezus Zijn discipelen hun bezittingen achter te laten: "Laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen. Wie op het dak is, ga niet naar beneden om zijn huisraad mede te nemen, en wie in het veld is, kere niet terug om zijn kleed mede te nemen" (Matteüs 24:16 t/m 18).
Christenen worden niet door oorlog ontstelt, maar ze worden wel verteld de gevaren van de oorlog te ontvluchten, zonder acht op hun goederen te slaan.
Wanneer het bezit van een christen vernietigd of in beslag genomen wordt, reageert hij anders dan wereldse mensen. In Hebreeën 10:34 lezen wij, "Want gij hebt met de gevangenen mede geleden en de roof van uw bezit blijmoedig aanvaard, want gij wist, dat gijzelf een beter en blijvend bezit hebt."
Een christen is niet ontstelt door het verlies van zijn bezit omdat zijn ware rijkdom niet weggenomen kan worden. Zijn schatten zijn in de hemel.
Omdat een christen de dingen die boven zijn bedenkt, is hij niet eens aan zijn fysiek leven verknocht.
Jezus zegt in Lucas 12:4,5: "Ik zeg u, mijn vrienden, vreest hen niet, die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem!"
Een christen is al voor deze wereld in Christus gestorven. Hij heeft het eeuwig leven. Hij is niet ontzet wanneer hij de dood voor ogen ziet doordat zijn leven met Christus in God is geborgen.
Oorlog is een carnaval van de satan. Maar satan heeft geen macht over een christen. "En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood" (Openbaring 12:10,11).
Met Paulus kan een christen zeggen: "Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf" (Handelingen 20:24). "Want het leven is mij Christus en het sterven gewin" (Filippenzen 1:21).
Een christen voert geen oorlog tegen zijn medemens, zelfs voor geestelijke waarden, des te min voor fysiek leven of wereldse goederen, omdat zijn burgerschap in de hemel is (Filippenzen 3:20). Jezus zei aan Pilatus: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier" (Johannes 18:36).
Een christen voert geen oorlog tegen zijn medemens omdat hij zich bezig houdt met een hogere strijd, een strijd, niet tegen naties of mensen, maar tegen het kwade. "Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken" (2 Korintiërs 10:3,4).
Paulus zegt ons de hele wapenrusting Gods aan te doen, "want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten" (Efeziërs 6:12).
De wapenrusting Gods beschermt ons tegen het kwade van de oorlog:
De christen wordt niet bedrogen door de valse propaganda van oorlog, want zijn lendenen zijn met de waarheid omgord.
Hij wordt niet in de onrechtvaardigheid van de oorlog meegesleurd, want hij is met het pantser der gerechtigheid bekleed.
Hij heeft vrede midden in de oorlog, want zijn voeten zijn met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes geschoeid.
Hij wordt niet door twijfels overwonnen, want hij neemt het schild des geloofs ter hand.
Hij vreest de vernietiging niet, want hij dracht de helm des heils.
Hij vreest het zwaard van de mensen niet, omdat hij het zwaard van de Geest hanteert.
Oorlog is een poging om het kwade door het kwade te overwinnen, in het best geval, of om het goede door het kwade te overwinnen, in het slechts geval. Een christen kan het kwade door het goede overwinnen omdat hij de dingen die boven zijn bedenkt. "Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here. Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede" (Romeinen 12:17 t/m 21).
Oorlog verontrust een christen niet doordat hij op Gods voorzienigheid vetrouwt. Hij zint niet op wereldse dingen. Hij is niet verknocht aan bezittingen of zelfs aan fysiek leven. Zijn burgerschap is in de hemel. Hij overwint het kwade door het goede. Door deze geestesgesteldheid is hij in staat het bevel van Christus te gehoorzamen: "En wanneer gij hoort van oorlogen en onlusten, laat u niet beangstigen" (Lucas 21:9).
Oorlog verontrust een christen niet doordat hij zijn medemens liefheeft.
Door deze liefde gedreven, is hij een vredestichter, niet een oorlogsstoker. En wanneer heeft de wereld vredestichters meer nodig dan in tijden van oorlog. "Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden" (Matteüs 5:9).
In 1 Johannes 4:18 lezen wij: "Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit." Haat voor onze vijanden maakt ons bang. Wanneer wij onze vijanden liefhebben en goed behandelen, verslaan wij de satan en overwinnen de vrees.
Hoe behoren wij onze vijanden te bejegenen? Moeten wij hen doodschieten? Bommen op hun steden werpen? Hun water voorzieningen vernietigen of bezoedelen? Wat vertelt Jezus ons? "Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat voor loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? En indien gij alleen uw broeders groet, waarin doet gij meer dan het gewone? Doen ook de heidenen niet hetzelfde? Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is" (Matteüs 5:43 t/m 48). Met deze houding tegenover onze vijanden, is oorlog een bijzondere gelegenheid om goed te doen, en de wereld te tonen dat wij echte volgelingen van Christus zijn.
Petrus had moeite deze les te leren.
Hij stond klaar voor Jezus te vechten en te sterven. Hij trok zijn zwaard om Christus te verdedigen, en sloeg een man het oor af.
Jezus gaf Petrus een berisping en genas de man -- iemand die Hem kwam gevangen nemen om Hem te laten kruisigen.
Petrus had geleerd zijn Heer lief te hebben. Maar hij had nog niet geleerd zijn vijand lief te hebben. En door die zwakke liefde was hij bang -- zo bang dat hij Christus driemaal verloochende om niet te moeten toegeven dat hij in het hof was geweest.
Zoals Petrus hebben vele christenen geleerd de Heer lief te hebben, maar hun vijanden liefhebben doen ze nog niet. Hun vertrouwen plaatsen zij eerder in wereldse macht dan in de voorzienigheid van God. En zij zijn bang voor de oorlog.
Christenen die oorlog voeren hebben reden bang te zijn. De waarschuwing die Jezus aan Petrus gaf, geldt ook voor hen: "Breng uw zwaard weder op zijn plaats, want allen, die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen" (Matteüs 26:52). Dit principe wordt in Openbaring 13:10 herhaald: "Indien iemand met het zwaard zal doden, dan moet hij zelf met het zwaard gedood worden."
Petrus heeft zijn les geleerd. Nadien trok hij met het zwaard van de Geest ten strijde. En vele jaren later schreef hij deze woorden: "Want dit is genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt. Want mag dat roem heten, als gij slagen moet verduren, omdat gij kwaad doet? Maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dat is genade bij God. Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden; die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden; die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt" (1 Petrus 2:19 t/m 23).
"En wie zal u kwaad doen, als gij u beijvert voor het goede? Al moest gij lijden om de gerechtigheid, toch zijt gij zalig. Doch vreest niet voor hun dreiging, en laat u niet verschrikken" (1 Petrus 3:13,14).
Wat is de christelijke houding tegenover oorlog?
Oorlogen en geruchten van oorlogen: machinegeweren, pantserwagens, helikopters, vliegtuigen, gestuurde rakketen, landmijnen en bommen. Oorlog zal met ons zijn tot de Dag wanneer de Vader zegt, "Genoeg!" en een nieuw tijdperk begint.
Intussen, christenen zijn niet verontrust. Wij vertrouwen op de voorzienigheid van God. Onze schatten zijn in de hemel. Ons fysiek leven is ons niet kostbaar als wij de Heer maar mogen dienen in de tijd die Hij ons geeft. Voor ons, te leven is Christus en te sterven is gewin. Wij strijden de goede strijd van het geloof. Met gans ons hart strijden wij tegen het kwade door het goede te doen. Wij hebben onze vijanden lief, en wij volgen Christus naar het kruis, en voorbij het kruis naar de eeuwige stad waar geruchten van oorlogen er niet meer zullen zijn.
"Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën. Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil. En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden" (Matteüs 24:6 t/m 13).
Roy Davison
De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit
de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951
(tenzij anders aangeduid).
Published in The Old Paths Archive
(http://www.oldpaths.com)