Wie heeft dit alles geschapen?
(Jesaja 40:26)

"In den beginne schiep God de hemel en de aarde" (Genesis 1:1). Zo begint de bijbel. Mogen wij dit geloven?

Een heel andere verklaring wordt gegeven door de media, in de schoolboeken, op de universiteiten, door mensen die de bijbel verwerpen, door mensen die menen te weten dat er geen God is.

Wat is hun verklaring? In het begin was er een ontploffing waardoor het heelal is ontstaan.

Dus, de bijbel begint met God, ongelovigen beginnen met een ontploffing. Als we met God beginnen, kan er nog veel moois bijkomen. Als we met een ontploffing beginnen, is er daar niet veel goeds van te verwachten.

Moest er niets anders zijn dan brandende sterren, stukjes rots en koude ruimte, zou dat alles inderdaad van een stomme ontploffing het gevolg kunnen zijn. Maar er is meer, veel meer. Om maar niet te spreken van de ondoorgrondelijke en wonderlijke biosfeer op aarde, stellen we de vraag: waar zijn de mensen vandaan gekomen?

Wat staat in de Schrift? "En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen" (Genesis 1:27). Mogen wij dit geloven?

Een heel andere verklaring wordt gegeven door de media, in de schoolboeken, op de universiteiten, door mensen die de bijbel verwerpen, door mensen die menen te weten dat er geen God is.

Wat is hun verklaring? Op aarde heel, heel lang geleden, waarschijnlijk in een modderpoel waarop de zon scheen, misschien met een bliksemslag erbij, vormde dode materie zich spontaan tot een levend wezentje. (Spontaan betekent, zomaar van zelf.) Zij geloven dus in de spontane generatie van het leven.

Wat geloven ze nog meer? Daarna, tijdens een periode van miljoenen en miljoenen jaren, heeft dat levend wezentje zich spontaan opgewerkt tot een mens.

Dus worden wij en onze kinderen voor de keuze gesteld. Wat zullen wij geloven? Heeft God hemel en aarde, en de mensen geschapen? Of was er een oerknal die spontaan een mens tot gevolg had?

Het antwoord is eenvoudig. Een schepsel bewijst het bestaan van een schepper.

Wij zeggen dat bepaalde mensen creatief zijn? Wat bedoelen wij daarmee? Creativiteit is scheppingsvermogen, het vermogen om te scheppen. Scheppen betekent iets uit niets maken, iets volledig nieuws maken. Dieren kunnen niet scheppen. Waarom kunnen mensen dat wel? Omdat zij naar het beeld van hun Schepper geschapen zijn.

In verband met het bouwen van de tabernakel, zei God aan Mozes: "Zie, Ik heb bij name geroepen Besaleël, de zoon van Uri, de zoon van Chur, uit de stam Juda, en hem vervuld met Gods Geest, met wijsheid, inzicht en kennis, en dat voor allerlei werk, om ontwerpen te bedenken, om die uit te voeren in goud, zilver en koper; om stenen te bewerken, om die in te zetten; om hout te snijden en werkzaam te zijn in allerlei arbeid. En zie, ik heb naast hem gesteld Oholiab, de zoon van Achisamak, uit de stam Dan; in het hart van ieder die kunstvaardig is, heb Ik wijsheid gelegd. Zij zullen alles maken, wat Ik u geboden heb" (Exodus 31:2 t/m 6).

"In het hart van ieder die kunstvaardig is, heb Ik wijsheid gelegd," zegt God. Geen kunstwerk kan bestaan zonder kunstenaar, zonder schepper. Het heelal is een kunstwerk, gemaakt door een Kunstenaar, een Schepper.

Iemand die meent dat de schepping spontaan kon ontstaan, denkt niet logisch, omdat hij God uit zijn gedachtenwereld verbannen heeft.

Dit wordt door Paulus uitgelegd: "Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden. En zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid" (Romeinen 1:20 t/m 25).

"Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen? Hij, die het heer daarvan in groten getale uitleidt en elk daarvan bij name roept door de grootheid zijner sterkte en omdat Hij geweldig van kracht is; er blijft niet één achter" (Jesaja 40:26).

"Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de HERE, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden" (Jesaja 40:28).

"Hij maakt de aarde door zijn kracht, Hij bereidt de wereld toe door zijn wijsheid en breidt de hemel uit door zijn verstand" (Jeremia 10:12).

"Want zie, Hij, die de bergen formeert en de wind schept, en de mens te kennen geeft wat zijn overleg is, die de dageraad tot donkerheid maakt, en voortschrijdt over de hoogten der aarde, -- HERE, God der heerscharen, is zijn naam" (Amos 4:13).

God zegt: "Ik ben het, die de aarde gemaakt en de mens daarop geschapen heb; mijn handen hebben de hemelen uitgespannen en aan al hun heer heb Ik mijn bevelen gegeven" (Jesaja 45:12).

"Gij, onze Here en God, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht; want Gij hebt alles geschapen, en om uw wil was het en werd het geschapen" (Openbaring 4:11).

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).

Published in The Old Paths Archive
(http://www.oldpaths.com)