Onder u zullen er valse leraars zijn

Jeremia leefde 600 jaar voor Christus. De afstammelingen van Jakob hadden zich in twee koninkrijken gesplitst: Israël in het noorden en Juda in het zuiden. Velen onder het volk dienden afgoden en waren onzedelijk.

God riep Jeremia om Zijn boodschap bekend te maken. Hij was een echte profeet van God. Er waren ook vele valse profeten in het land, die de mensen vertelden wat zij wilden horen. In Jeremia, hoofdstuk 23, waarschuwt God het volk niet naar de valse profeten te luisteren. En Hij waarschuwt de valse profeten, dat Hij hen zal straffen. Uit dit hoofdstuk leren wij belangrijke waarheden die ons kunnen helpen valse leraars in onze tijd te vermijden.

Petrus waarschuwt christenen van alle tijden: “Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochenende en een schielijk verderf over zichzelf brengend. En velen zullen hun losbandigheden navolgen” (2 Petrus 2:1).

In het Oude Testament waren er valse profeten, onder ons zullen er ook valse leraars zijn.

Jezus waarschuwde: “En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden” (Matteüs 24:11). Het feit dat er onder ons vele valse leraars zijn en dat velen naar hen luisteren is gewoon een vervulling van het woord van Christus.

Hij zei ook: “Wacht u voor de valse profeten, die in schapevacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven” (Matteüs 7:15). Valse leraars zijn vals, niet alleen in hun leer, maar ook in hun verschijning. Zij doen alsof zij iets zijn dat zij niet zijn. Van binnen zijn zij kwaadaardige wolven die de schapen doden en uit elkaar jagen. Maar zij dragen een schapevacht om de schapen te foppen.

Paulus zei aan de oudsten te Efeze: “Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken” (Handelingen 20:29,30).

Johannes waarschuwde: “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan” (1 Johannes 4:1).

Deze waarschuwingen van Christus en Zijn apostelen zouden zinloos zijn indien er geen manier was om een onderscheid te maken tussen wie de waarheid spreekt en wie de dwaling leert.

Wanneer men de duizenden predikers en priesters in de wereld beschouwt, is het duidelijk dat de meesten niet voor God spreken aangezien zij tegenstrijdige dingen leren.

Eén man die ik doopte, begon de bijbel te lezen omdat verschillende priesters in zijn eigen kerk verschillende dingen aan het leren waren.

Zijn reactie was: “Aangezien de priesters verschillende dingen zeggen, zal ik de bijbel zelf lezen. Wat daarin staat zal zeker juist zijn.” De eerste keer dat ik hem ontmoette, zei hij: “Ik weet niet waar het mij zal leiden, maar ik heb besloten te doen wat de bijbel zegt.” Ik dacht, “Indien hij dat echt meent, zal hij christen worden.” En dat gebeurde ook. Hebben wij besloten te doen wat de bijbel zegt?

God heeft ons de heilige Schriften gegeven om ons in staat te stellen de geesten op de proef te stellen.

Wat denkt God over valse leraars? “Wee de herders, die de schapen welke Ik weid, verderven en verstrooien, luidt het woord des HEREN” (Jeremia 23:1). Voor hun slechte daden worden zij gestraft. “Daarom, zo zegt de HERE, de God van Israël, tot de herders die mijn volk weiden: Gij verstrooit en verstoot mijn schapen, en zoekt ze niet op; zie, Ik bezoek aan u de boosheid uwer handelingen, luidt het woord des HEREN” (Jeremia 23:2).

In de verzen 9 en 10 beklaagt Jeremia de vreselijke toestanden in het land wegens de profeten. “Want zowel profeet als priester plegen heiligschennis” (vers 11). Letterlijk staat er 'zijn ongewijd' of 'zijn onheilig'.

De profeten en priesters moesten geestelijk en heilig zijn. Maar zij waren profaan.

Een toerist die een klooster in Italië bezocht, verbaasde zich over een uithangboord in mislukte Engels waarop stond: “Wij koesteren allerlei ziekten, en hebben geen respect voor godsdienst. Gelieve wat armament aan ons ziekenhuis te schenken.”

Valse leraars koesteren inderdaad allerlei geestelijke ziekten en hebben geen respect voor de ware godsdienst.

Een prediker werd uitgenodigd om met een kleine gemeente van Christus in een zendingsgebied te werken. Hij antwoordde dat hij bereid was te komen indien hij een grote salaris kon krijgen en in een huis mocht wonen dat mooi genoeg was om indruk op de zakenmensen van de stad te maken.

Pas op voor valse profeten, predikers en priesters. Zij stellen meer belang in wereldse zaken dan in geestelijke waarden. Jezus zei aan de godsdienstige leiders: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij reinigt de buitenzijde van de beker en van de schotel, maar van binnen zijn zij vol roof en onmatigheid. ... Zo ook gij, van buiten schijnt gij de mensen wel rechtvaardig, doch van binnen zijt gij vol huichelarij en wetsverachting” (Matteüs 23:25 en 28).

In Jeremia 23 zegt God dat Hij een ramp over de valse profeten zal brengen. De prefeten van het noordelijk rijk lieten Israël dwalen door afgodendienst. (Zijn er godsdienstige leiders in onze tijd die de mensen aanmoedigen zich voor beelden neer te buigen?)

Van de profeten in het zuidelijk rijk zegt God: “Maar bij de profeten van Jeruzalem heb Ik gezien wat afschuwelijk is: echtbreken en met leugen omgaan; zij sterken de handen der boosdoeners, dat niet één zich van zijn boosheid bekeert; zij zijn Mij altezamen als Sodom geworden, zijn inwoners als Gomorra” (Jeremia 23:14).

Valse leraars sterken de handen van boosdoeners. Dit wordt in vers 17 verklaart: “Zij zeggen voortdurend tot wie Mij verachten: De HERE heeft gesproken: gij zult vrede hebben; en tot ieder die wandelt in verstoktheid van hart, zeggen zij: geen kwaad zal u overkomen.”

Dit verklaart waarom valse leraars zo populair zijn! Zij zijn politiek correct. Ze gaan met hun tijden mee. Hun boodschap word aangepast om geen aanstoot aan de gemeenschap te geven. Ze zeggen de mensen wat ze willen horen.

Worden mensen in onze tijd die hun eigen hart volgen door sommige godsdienstige leiders verteld dat geen kwaad over hen zal komen? Zijn er godsdienstige leiders in onze tijd die de zonden van Sodom en Gomorra goedpraten? Zijn er predikers in onze tijd die zeggen dat geen kwaad zal komen over mensen die volgens Jezus overspel plegen wegens echtscheiding en hertrouw (Matteüs 5:31,32; 19:9)?

Pas op voor valse profeten, predikers en priesters, die de jeukende oren van boosdoeners kietelen (2 Timoteüs 4:3,4).

“Want van de profeten van Jeruzalem is de heiligschennis uitgegaan over het gehele land” (Jeremia 23:15). Zij waren zelf profaan, en profaanheid verspreide zich van hen naar het gehele land. Wij leven in een profane samenleving. Wij moeten oppassen dat wij niet een profane gemeente worden door naar vleiende valse leraars te luisteren.

“Zo zegt de HERE der heerscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken, dat gij u aan een ijdele waan overgeeft, zij spreken het gezicht van hun eigen hart, niet uit des HEREN mond” (Jeremia 23:16). Valse leraars vertellen wat zij denken in plaats van wat God zegt.

Wegens de nalatigheid van de valse profeten, kwam het volk niet tot bekering: “Ik heb die profeten niet gezonden, toch hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, toch hebben zij geprofeteerd. Maar als zij in mijn raad hadden gestaan, dan zouden zij mijn volk mijn woorden hebben doen horen, dan zouden zij hen hebben doen terugkeren van hun boze weg en van de boosheid hunner handelingen” (Jeremia 23:21,22).

We zijn gewaarschuwd. Wij moeten een onderscheid maken tussen wat van God komt en wat van de mens komt: “De profeet die een droom heeft, vertelle een droom, en die mijn woord heeft, spreke mijn woord naar waarheid; wat heeft het stro met het koren gemeen? luidt het woord des HEREN. Is niet mijn woord zo: als een vuur, luidt het woord des HEREN, of als een hamer, die een steenrots vermorzelt?” (Jeremia 23:28,29).

Indien men een droom heeft en die wil vertellen, goed, maar hij mag niet beweren dat die van God kwam. Het woord van de mens is stro. Gods woord is voedzaam graan. Wie Gods woord heeft, moet Gods woord naar waarheid spreken. Het is krachtig, zoals een laaiend vuur en een hamer die rotsen verbrijzelt.

Petrus zei: “Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God” (1 Petrus 4:11).

Hoe kunnen wij een onderscheid maken tussen het woord van de mens en het woord van God? Door Jesaja beval God het volk: “Tot de wet en tot de getuigenis! Voor wie niet spreekt naar dit woord, is er geen dageraad” (Jesaja 8:20). Om valse leraars te herkennen, vergelijken wij wat zij zeggen met Gods woord.

Valse leraars zijn onder ons, net zoals er valse profeten in het Oude Testament waren. Luister niet naar hen. Valse leraars zijn profaan, meer bezorgd om populariteit dan om zuiverheid. Hun profaanheid verspreid zich als kanker. Valse leraars versterken de handen van boosdoeners door hen in hun zonden aan te moedigen in plaats van hen tot bekering te roepen. God heeft ons de Schrift gegeven opdat wij het verschil kunnen weten tussen het woord van de mens en het woord van God. “Tot de wet en tot de getuigenis!” Wacht u voor de valse leraars.

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).


Published in The Old Paths Archive
(http://www.oldpaths.com)